Beestenbos Limburg

Intro Debatfestival, Dienst Ruimtelijke Ordening, prov. Limburg

Vijftien jaar geleden volgde ik een schrijfworkshop in London, na een feestje toen ik ‘s nachts te voet weerkeerde, liep er tiptiptip een vos langs mij over de stoep. Hij keek me aan alsof ik zijn poedel was. Dat is wat er nu ook hier gebeurd. Kijk naar hoeveel everzwijnen wij gevangen hebben dit jaar. Hoe de natuur weer een plaats toeëigent.
Ik ben voorstander.
De mensheid was in eerste plaats veel te bedreigend. Wij, de provincie, de mensen, de staat hebben beestenbos boos gemaakt.

Wij zijn parasieten.

Hoe kan ik van deze inleiding naar een sterk sociaal duurzaam Limburg toe bewegen? Moeten we enkel over gedomesticeerde dieren en over koetjes en kavels praten, als Limburg onbemiddeld en onontwikkeld blijft -ik overdrijf-… Moeten we het principieel akkoord voor woonuitbreidingsgebieden achter ons laten? Hou het BRL en BRVee in de gaten.
Hoe konden we zo lang leven met een plan van 20 jaar geleden? Als ruimtelijke ordening, ruimtelijke verordening wordt, dat zodra het plan rond was, het voor de burgers algemeen bindende regels werden, dit gegeven in een nonvariabele administratieve wereld vastgelegd werd.
20 jaar geleden. Dat hoe goed bedoeld ook,
ruimtelijke verordening, ruimtelijke verorbering werd?
Beton een halt toe roepen, want hoe lenig de natuur ook omspringt met verstening, daar moeten wij niet uit leren. Wij moeten volharden in een betonstop, dit opwerpen met concrete alternatieven. Lintbebouwing is ook nooit een cadeau geweest. In het beestenbosperspectief mogen we wel letten op vervuiling, maar we blijven ruimtelijke dieven.

Waarom dit debat? Omdat er nooit eerder zo een vragende stijging, stijgende vraag naar was, omdat aan elk ruimtelijke reflectie zowel ‘n vraagstuk als een heet hangijzer zat. Een waagstuk was. Smeden als het heet is, Wij willen het versteden als er sfeer is, naar ‘Limburg-stad’.
‘stad Limburg’. De nood aan sterke centrumsteden, multipolaire gemeenschap. Nuttige nutsverplaatsingen, omgevingskwaliteit garanderen, grensoverschrijdende gebiedsgerichte strategiën injecteren.

Maar we mogen natuur in Limburg -verontrust- niet laten versnipperen, als er in Hasselt ook reeds een vos door de straten tippelt. We are parasites, and nature is resistant. Om in symbiose te leven moeten we een tandje bijsteken. Als we van parasieten, paracities naar smartcities evolueren, bio-energie kunnen genereren, en volgens Jevons paradox we niet consuminderen maar -meren.
Jevons paradox? Hoe efficiënter we met energie omspringen,
hoe meer energie we verbruiken.

The fat lady’s singing, want als we echt hier bovenop meer gaan verbruiken,
moeten we echt anders gaan leven. Als we niet opletten, kunnen we aftellen. Het knaagt, vijf voor twaalf en we mogen vragen beginnen stellen.

Limburg’s troeven zijn open ruimte en de landelijke beeldkwaliteit.
Mooi verpakt, maar het draait om nuttigen van natuur, de levensspanwijdte dat we onze vleugels uitslaan, nesten en de rekbaarheid van onze leef- en duurzaamheid. Geen eitje. Niet evident.
We blijven parasieten, hoe slim omgaan met mobiliteit? Het sensibiliseren van onze agrarische capaciteiten. We moeten para-cities pareren, energie-atlassen omzetten in werkinstrumenten. De Limburgse energiekaart uitspelen, zonder uit te spelen.

Vandaag gaan we op zoek naar een ruimtelijke ruggengraat,
voor er enkel skeletten overblijven op aard’.

This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>